Naar aanleiding van een vraag met betrekking tot het verval van het Kasteel van Heers antwoordt Dirk van Mechelen, Vlaams minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, in het Vlaams Parlement op 25 januari laatsleden : "Conform de bepalingen in het decreet van 3 maart 1976, tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten zijn eigenaars en vruchtgebruikers van beschermde monumenten ertoe gehouden "door de nodige instandhoudings- en onderhoudswerken, het in goede staat te behouden en het niet te ontsieren, te beschadigen of vernielen". In geval van verwaarlozing zijn het dus in eerste instantie de eigenaars die worden geresponsabiliseerd." In het geval van het Kasteel van Heers werd na een proces-verbaal een gerechterlijke procedure opgestart, met als doel de eigenaar te verplichten tot herstel in de oorspronkelijke toestand. De correctionele rechtbank bevestigde reeds de herstelverplichting. Laat ons hopen dat het in Antwerpen niet zo ver hoeft te komen. Lees meer...
MINISTERIEEL BESLUIT HOUDENDE
BESCHERMING ALS MONUMENT, STADS. OF DORPSGEZICHT
DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNELANDSE AANGELEGENHEDEN,
CULTUUR JEUGD EN AMBTENARENZAKEN,
Gelet op het decreet van 3 maart 197 6
tot bescherming van
monumenten, stads- en dorpsgezichten, gewijzigd bij
decreten van 22
. februari 1995 en 8 december 1998;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der
instellingen, gewijzigd bij bijzondere wgt van 8 augustus
1988,
inzonderheid artikel 6, Pasted Graphic 2 1, I,7 ;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 3 juli
2002 tot bepaling
van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering;
Gelet op het ministerieel besluit van 21 december 2001
houdende ontwerp
van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads-
en
dorpsgezichten;
Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor
Monumenten en
Landschappen van 02 mei 2002,
BESLUIT:
Artikel
1. Wordt beschermd,
overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart
1976, gewijzigd bij decreten van 22 februari 1995 en 8
december 1998:
Wegens zijn artistieke en historische waarde:
- als monument
Museum Smidt Van Gelder, gelegen te Antwetpen, Belgielei 9l
:
bekend ten kadaster:
Antwerpen, 6e afdeling, sectie F, perceelnummer 1248E6.
Art. 2.
Het algemeen belang dat de
bescherming verantwoordt, wordt door het gezamenlijk
voorkomen en de onderlinge samenhang van de volgende
intrinsieke waarden gemotiveerd:
Artistieke
waarde:
Gebouw opgericht in 1904 in een eclectische stijl
geinspireerd op de Franse hotels naar
ontwerp van architect Jozef Hertogs. Na 1937 inwendig
aangepast tot privérmuseum van
Pieter Smidt van Gelder om zijn verzameling rond
West-Europese kunstnijverheid tentoon te
stellen.
Historische
waarde:
Gebouw opgericht in 1904 naar ontwerp van architect Jozef
Hertogs. Een van de weinige
monumentale restanten van de luxueuze bebouwing die op het
einde van de 19de en begin
20ste eeuw ontstaan was rond de aanleg van het 'Quartier
Léopold' gevormd door de assen van de vroegere Leopoldlei
(thans Belgiëlei) en de Charlottalei.
Art. 3.
Met het oog op de bescherming
zijn van toepassing:
A. De beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering
van 17 november 1993 tot
bepaling van de algemene voorschriften inzake
instandhouding en onderhoud van
monumenten en stads- en dorpsgezichten (Belgisch Staatsblad
10 maart 1994).
Brussel,
06-09- 2002
Vlaams minister van Binnenlandse
Aangelegenheden,
Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken,
PAUL VAN GREMBERGEN
__________________________________
Decreet 3 maart 1976 Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Bescherming Artikel 2 Alinea 2
monument: een onroerend goed, werk van de mens of de natuur of van beide samen, dat van algemeen belang is omwille van zijn artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel archeologische of andere sociaal-culturele waarde, met inbegrip van de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken, inzonderheid de bijhorende uitrusting en de decoratieve elementen.
Monumenten en stads- en dorpsgezichten beschermen
In Vlaanderen kunnen waardevolle monumenten en stads- en dorpsgezichten beschermd worden. De juridische basis hiervoor is te vinden in het decreet van 3 maart 1976 tot Bescherming van Monumenten en Stads- en Dorpsgezichten.
Iedereen kan een beschermingsaanvraag indienen. In de praktijk is het meestal het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed dat beschermingsvoorstellen indient. Dit gebeurt na een geografische of thematische inventarisatiecampagne, in samenwerking met het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE).
Het gebouw, de groep van gebouwen of de site die voorgedragen wordt moet een waarde van algemeen belang hebben. Concreet kan een goed worden beschermd omdat het een artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of een andere sociaal-culturele waarde heeft.
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) adviseert de minister bevoegd voor het onroerend erfgoed over de voorgestelde beschermingen. De minister neemt de eindbeslissing over de bescherming op basis van het dossier, voorbereid door de afdeling, aangevuld met het advies van de KCML.
Bij het woord monument denken velen in eerste instantie aan kastelen, kerken, kloosters, stadhuizen en molens of aan standbeelden en herdenkingsmonumenten. Maar het begrip is veel ruimer. Ook woningen voor burgerij en arbeiders, hoeven, kapelletjes, bedrijfsgebouwen, parken en tuinen, bomen, begraafplaatsen, kasseiwegen, … kunnen monumenten zijn. Tijdens het onderzoek en tijdens de beschermingsprocedure krijgen zowel het exterieur als het interieur van de gebouwen de nodige aandacht.
Bij beschermingen gaat het overigens niet alleen om 'oude' gebouwen. Alle perioden komen aan bod, van de oudste bouwstijlen tot de architectuur uit de twintigste eeuw. Zo wordt een staalkaart bewaard van onze hele (bouw)geschiedenis.
Naast individuele monumenten zijn er ook ensembles die in hun geheel bescherming verdienen. Dit zijn de stads- en dorpsgezichten.
Een beschermd stads-of dorpsgezicht kan een groepering zijn van één of meerdere monumenten met hun omgevende bestanddelen (omheiningen, beplantingen, straten, …) of kan gevormd worden door de direct ermee verbonden visuele omgeving van een monument.
Die omgeving moet dan wel bijzonder zijn: ze doet door haar beeldbepalend karakter de intrinsieke waarde van het monument tot zijn recht komen of ze waarborgt door haar fysische eigenschappen de instandhouding of het onderhoud van het monument. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan het molenveld van een beschermde windmolen. Het bestaan van dit open veld rond de molen maakt de werking van de molen (windvang) mogelijk.
De waarde van een stads- of dorpsgezicht wordt niet enkel bepaald door de aanwezige gebouwen, al dan niet met monumentwaarde. Hier spelen evenzeer andere componenten van het geheel, zoals beplantingen, open ruimten, bestrating, bomen, … een rol, en hun samenhang.