Museum Smidt van Gelder: aanzet tot restauratie, ontsluiting en beheer





Juli 2007

Comité Museum Smidt van Gelder



Inleiding



In 1949 schonk Pieter Smidt van Gelder zijn eigendom aan de Belgielei 91 met een deel van de collectie aan Stad Antwerpen om het open te stellen voor het publiek onder de naam “Stedelijk Museum Smidt van Gelder”. De schenking werd vastgelegd bij testament. Naast enkele persoonlijke voorwaarden stelt het testament, onbetwistbaar, dat de begiftigde (Stad Antwerpen):
Zij zal aan het eigendom Belgielei 91 de benaming geven van “Stedelijk Museum Smidt van Gelder” en als dusdanig met de geschonken kunstvoorwerpen benuttigen en toegankelijk stellen”. In het Belgisch Staatsblad nummer 58, 123e jaargang van vrijdag 27 februari 1953, wordt het Koninklijk Besluit van 11 februari 1953 gepubliceerd. Volgende wordt vermeld: ”Verwerving tot nut van ’t Algemeen Verklaard Bij koninklijk besluit dd.11 Februari 1953 is tot nut van ’t algemeen verklaard, de verwerving, door de gemeenteraad van Antwerpen, van het huis gelegen Belgielei , 91, om er een stedelijk museum in te richten, toegankelijk voor het publiek, onder de naam van “ Stedelijk museum Smidt van Gelder”.”

In februari 1987 teistert een brand het museum en wordt het tijdelijk gesloten met de stellige belofte het museum zo snel mogelijk te heropenen.

Ingevolge een complexe samenloop van omstandigheden is dit nog niet gebeurd. Nochtans is de heropening van het museum noodzakelijk om verdere verloedering van de wijk tegen te gaan. Het museum moet dienen als cultuurbaken en als trekker voor sociale integratie. De wijk kent namelijk een zeer diverse bevolking.

1. Toekomstige invulling



Architectenbureau S.Beel kreeg inmiddels meer dan 10 jaar geleden de opdracht een restylingdossier op te maken. De voorziene functies en budgetten zijn momenteel achterhaald.

Het is noodzakelijk om, naast de museale functie, die prioritair behouden dient te worden, ook nog te voorzien in andere socio-culturele invullingen.

Op de doorsnede van het gebouw (bijlage 1) zijn 3 zones te onderscheiden, die in combinatie met de toekomstige ontsluiting, zorgen voor een efficiënt gebruik van de ruimtes.

Het gaat om volgende indeling:

I. Kelder, gelijkvloers en tuin: bereikbaar via de kleine deur aan de kant van de Nerviërsstraat (oost) en via het museum (eretrap)
II. Bel-étage en 1
ste verdieping (museumverdiepingen): bereikbaar via de hoofdingang aan de kant van de Lange Leemstraat (west) en via het gelijkvloers (eretrap)
III. 2
de verdieping en zolder, bereikbaar via de diensttrap, ofwel via het museum, ofwel via het gelijkvloers
IV. De lift verbindt, net zoals de diensttrap, alle niveau’s.

Om het optimaal functioneren van het gebouw te bewerkstelligen worden volgende functies vooropgesteld:

I. Kelder, gelijkvoers en tuin

Kelder
1. sanitair
2. stockage
3. technische ruimte

Gelijkvloers
1. commerciële verbruikzaal met terras in de tuin
2. bibliotheek en spelotheek (lager onderwijs). Aangezien het huidige bibliotheekgebouw in de Isabellalei niet meer voldoet aan de huidige normen wordt geopteerd voor de installatie van de kinder- en jeugdbibliotheek aan de voorzijde van het pand. De hoge concentratie van scholen in deze buurt noodzaakt namelijk de aanwezigheid van deze bibliotheek.
3. vergadermogelijkheid buurtwerking voor o.a.wijk Klein-Antwerpen, wijk Haringrode, andere lokale verenigingen, periodieke wijkoverleg. Een quasi totale afwezigheid van geschikte vergaderruimten kan hierdoor opgevangen worden.
4. contactpunt voor politie en buurttoezicht. De uitgestrektheid van de wijk zorgt ervoor dat oudere buurtbewoners niet tot bij het reguliere poltiekantoor op de Quinten Matsijslei geraken.
5. startplaats geleide wandeling: verstrekken van basisinformatie. Er kunnen geleide wandelingen georganiseerd worden rond thema’s zoals de 19
de eeuwse stadsuitbreiding (Quartier Léopold), architectuur (herenhuizen van grote architecten).

Tuin
1. terras voor horeca
2. mogelijkheid tot pétanque en cricketspel met ontlening via de bibliotheekbalie
3. podiumkunsten zoals muziek en theater in samenwerking met diverse culturele actoren zoals Zomer van Antwerpen, Cultureel Centrum Berchem, Avondvertellingen…Het permanent aanwezige podium achter in de tuin is hiervoor uitermate geschikt.
4. jaarlijks buurtfeest georganiseerd door de wijken Klein Antwerpen en Haringrode.

Op het plan in bijlage 2 kan u al deze functies terugvinden.
Bijlage 3 toont het in de tuinaanleg aanwezige podium.

II. Bel-étage en 1ste verdieping (museumverdiepingen)

Deze blijven hun museumfunctie behouden. Het betreft de historische interieurs en de collectie, die volgens het decreet van 1976 onroerend door bestemming zijn.

III 2de verdieping en zolder

2de verdieping
Deze kan gebruikt worden voor de organisatie van tijdelijke tentoonstellingen. De werking is gelijklopend aan de openingsuren van het museum. Het kan gaan om tentoonstellingen die georganiseerd worden door het museum, in verband met de collectie maar ook deze die georganiseerd worden door de socio-culturele sector zoals buurtscholen, plaatselijke kunstenaars,…

Zolder
Administratieve functie voor het beheer van het gebouw en het museum.


2. Financiering



De nodige financiële middelen kunnen ingevolge de aard van het project en de ontsluiting via verschillende financieringskanalen bekomen worden. Volgend traject speelt hierop in.

I. restauratie gebouw en interieur: 80% subsidie van Vlaams Gewest, Provincie en stad Antwerpen

II. museumfunctie en collectie: subsidiëring afkomstig van het Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport, het Ministerie van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening. Beheer: stad Antwerpen, departement Cultuur.

III. socio-culturele werking: subsidiëring te onderzoeken, beheer: stad Antwerpen, departement Samenlevingsopbouw

IV. De mogelijkheid dient onderzocht te worden of het project aanspraak kan maken op financiering van fondsen zoals het ING Mecenaatsfonds (via KBS) of financiering via stichtingen.

V. De overheidsfinanciering kan aangevuld worden met alternatieve financieringen, afkomstig uit de privé sector. Volgende mogelijheden dienen zich aan.
1. financiële middelen gegenereerd door de horecauitbating
2. inkomsten uit de verhuur van de infrastructuur voor privé-activiteiten zoals vergaderingen en feesten
3. via een vriendenvereniging: generen van fiscaal aftrekbare giften
4. door een goed onderbouwde vrijwilligerswerking kunnen diverse taken van de socio-culturele werking opgevangen worden zoals permanenties,administratie,…
5. bedrijven kunnen mits een goed onderbouwd dossier overhaald worden tot mecenaat en sponsoring



3. SWOT-analyse
anal


Toelichting:



Gebrek aan parkeerruimte: Dit probleem is relatief gezien het grote succes van het Romy Goldmuntzcenter, Feestzaal Stogel, Salons De Laet, Salon Schoeters en de hotels. In de buurt is geen grote openbare parking aanwezig maar wel enkele grote privé-parkings zoals Electrabel, Brouwerij De Koninck, Argenta, voormalige gebouwen van Uitgeverij De Standaard. Mogelijkheden tot samenwerking dienen onderzocht te worden.
Onderwaardering voor huismusea: een toenemende belangstelling voor huismusea in het buitenland toont de interesse van een groot publiek. Zie ook BOGAARD C.G. en VAN VLIERDEN M., (2007),
Huismusea in Nederland. Kasteel-Museum Sypesteyn en het ontstaan van verzamelaarshuizen in Nederland (ca. 1870-1930), Zwolle, Uitgeverij Waanders b.v., 223 p.
Horecauitbating: de afwezigheid van kwaliteitsvolle horeca in de buurt en de aanwezigheid van vele appartementen garanderen het succes van de uitbating in het museum met de grote tuin.
De huidige stadskanker dient omgebogen te worden naar een cultuurbaken voor de buurt
Hernieuwde aandacht 19
de eeuwse rand: zou een positief effect moeten ressorteren op de parken Harmonie, Albertpark, Stadspark en de Belgiëlei. De Belgiëlei, oorspronkelijk Boulevard Léopold, is immers ontworpen als een residentiële wandelboulevard tussen de Société Royale d’Harmonie en de Société Royale Zoölogie (ingang dierentuin zijde Kievit). Via het rond punt en de Charlottalei was er aansluiting met het stadspark. (zie ook Bijlage 4: Brief Prof. Piet Lombaerde)
Bijlage 1: doorsnede van het gebouw
doorsn-geb

Bijlage 2: plattegrond gelijkvloers

plattegr1

Bijlage 3 : tuin
Tuin-g


Bijlage 4: Brief Prof. Piet Lombaerde


Betreft: Museum Smidt van Gelder, Belgiëlei Antwerpen



Aan de heer Dirk Van Mechelen
Vlaams Minister van Financiën, Begroting en
Ruimtelijke Ordening


Mijnheer de Minister,

Met dit schrijven vraag ik Uw bijzondere aandacht voor het Museum Smidt van Gelder, gelegen op de Belgiëlei in Antwerpen.
Antwerpen is volop aan veranderingen toe. Heel wat grote werken worden er nu uitgevoerd op het gebied van infrastructuur en openbare gebouwen. Weldra zal het nieuwe MAS op het Eilandje tot realisatie komen. Maar minder goed gaat het met de ruimtelijke ordening in verschillende stadswijken. Mogelijk beschikt de Stad Antwerpen over onvoldoende middelen ofwel legt zij een aantal verkeerde prioriteiten, waardoor de kwaliteit van onze leefruimte in de stad dreigt af te nemen.
Een mooi voorbeeld daarvan biedt de ooit zo prestigieuze wijk van het Stadspark en de Belgiëlei. Wat met het park, het zogenaamde Rond Punt en nu met het Museum Smidt van Gelder gebeurt is niet verantwoord. Omwille van mij onbekende redenen blijkt de Stad deze wijk aan zijn lot over te laten, waardoor de stadsvlucht nog meer in de hand gewerkt wordt en waardoor bovendien deze wijk als een magneet fungeert voor heel wat ‘criminelen met de witte boord’, en ook anderen. Daarnaast leeft er ook een oudere dikwijls Joodse bevolking die zich weinig inlaat met deze sociaal-ruimtelijke problemen en enkel rust en kalmte vraagt.
Het is dan ook jammer dat de Stad overweegt om het Museum Smidt van Gelder te verkopen en niet meer wenst open te stellen voor niet enkel de wijk maar ook voor heel wat andere bezoekers uit binnen- en buitenland. De troeven die gelukkig nog in de wijk aanwezig zijn, zouden vanuit ruimtelijk oogpunt ten volle dienen benut te worden, zodat elke verder gettovorming zou ingedijkt worden. Het gaat toch niet op dat in deze prachtige woning een ‘ouderlingentehuis’ zou komen voor één welbepaalde communauteit. Ik denk dat de Stad met zulke ruimtelijke politiek niet gediend is en op termijn zal dit enkel voor verdere aftakeling van deze ooit zo aantrekkelijke wijk zorgen.
Als hoogleraar in de stedenbouw en ruimtelijke ordening aan het Departement Ontwerpwetenschappen van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen richt ik dan ook aan U dit schrijven, opdat U deze bekommernis zou delen en in de mate van het mogelijke zou kunnen bijdragen aan het bewaren en stimuleren van een ‘gezonde’ ruimtelijke ordening in welbepaalde wijken in steden, die het thans meer dan ooit nodig hebben.
U dankend voor de betoonde interesse, verblijf ik met de meeste hoogachting,




Prof. dr. ir.arch. Piet Lombaerde
Hoogleraar in de Stedenbouw
Hoger Instituut voor Architectuurwetenschappen
Henry van de Velde Antwerpen