Bouwhistorisch 


 
 

Eduard Thijs


 
Eduard Thijs werd geboren te Antwerpen op 7 augustus 1868 . Hij studeerde aan het Antwerpse Koninklijke Atheneum en later aan de Université Libre de Bruxelles. Hij ontpopt zich als liberaal voorman en briljant zakenman. Historische bronnen melden dat Eduard Thijs bij niet minder dan tachtig ondernemingen betrokken was verspreid over vier werelddelen.
 
In Antwerpen richtte hij in 1889 het wisselkantoor Thijs en Van der Linden op dat in 1899 omgevormd werd tot Banque de Report, de Fonds Public et de Dépots.( Belgielei 91). Uit deze bank zou later de Banque d’Anvers evolueren en lag zo aan de basis van de latere Generale Bankmaatschappij nu Fortis( Meir 48)
In 1899 richtte Eduard Thijs de S.A. des Tramways Anversois op die in 1900 reeds overschakelde van paardentram naar electriciteit.
In 1905 werd de Societé d’Electricité de l’Escuat opgericht, de latere Ebes. Ook het buurtspoorwegennet is in 1907 het initiatief van Eduard Thijs onder de naam S.A. Les Vicinaux d’Anvers.
Hij ligt ook aan de basis van de verenigingen die na de Eerste Wereldoorlog de Olympische Spelen en de Wereldtentoonstelling naar Antwerpen brachten.
Nauwelijks 45 jaar oud , stierf Eduard Thijs aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.
 
 

Joseph Hertogs

( Architect)
Geboren te Antwerpen 17 augustus 1861 en overleden eveneens te Antwerpen op 27 februari 1930.
Hertogs kreeg een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen.
Hij was leerling van Pieter Dens en liep stage bij François Baeckelmans.
Joseph Hertogs was de bouwmeester van de Antwerpse gegoede burgerij en adel.
Enkele gebouwen te Antwerpen ontworpen door Hertogs.
-         Christuskirche ( Duitse Evangelische Kerk) in de Bexstraat (gesloopt)
-
         Synagoge Shomre Hadas aan de Bouwmeesterstraat
-
         Winkel Tietz aan de Meir 82 (l’Innovation)
-
         Oud Zeemanshuis (gesloopt)
-
         Ontwerp gebouwen Mayer-Van den Bergh aan Lange Gasthuisstraat
-
         Ontwerp woning E.Thijs Belgielei ( Smidt van Gelder)
 
 
 

De Woning


 
In 1905 diende Joseph Hertogs een bouwaanvraag in voor de verbouwing van de façade en het uitvoeren van vergrotingen in het interieur van twee bestaande woningen , bouwjaar 1860.
Toch maakte architect Hertogs er een volledig nieuw en coherent geheel van.
Hotel Thijs is een van de meest luxueuze belle époque woningen te Antwerpen.
Het huis is opgetrokken in eclectische stijl waarin elementen van de 18
e eewse stijlen zoals laatbarok, de rococo en het neo-classicisme verwerkt werden.
De natuurstenen gevel is geïnspireerd door de Franse hotels vandeze periode.
De voordeur is echter niet centraal geplaatst, maar uiterst rechts.
“ De middelste drie traveeen vormen een risaliet. Het is bekroond door een fronton met spelende putti, dat gedragen wordt door composiet-pilasters en heeft een groot balkon.
Links en rechts hiervan zitten telkens twee traveeen.”
De achtergevel van het gebouw heeft een parement in natuursteen in natuursteen soberder dan de voorgevel. Ter hoogte van de bel-etage is een asymmetrische erker geplaats van vier traveeen breed en ernaast een terras met een glas in smeedwerk gevat dak. De ontdubbelde trap geeft toegang tot de tuin.
 
De interieurs van de belle époque woning waren zeer luxueus.
Het huis bestond uit vier woonniveaus met telkens dezelfde indeling.
Verscheiden kamers bevinden zich rond een centrale hal, nergens zijn er gangen.
Een statige marmeren trap verbind de bel-étage met de eerste verdieping. De centrale hal en inkom zijn uitgevoerd in luxueuze materialen marmeren vloeren en natuursteen aan de wanden. Monumentale inkomdeuren in smeedijzer en glas, een fontein in marmer en spiegels gevat in verguld brons. De centrale hal kreeg onrechtstreeks licht via glas in lood koepels.
Een diensttrap maakt de verbinding van het gelijksvloer naar de tweede verdieping.
Op het gelijksvloer aan de tuinzijde bevonden zich de “Vlaamse zaal”, de studeerkamer van de kinderen , een grote keuken en verscheidene dienstvertrekken.
Aan de straat lagen de eetkamer, de rookkamer en een slaapkamer met badkamer.
Overal lag parket en werden marmeren schouwen geplaatst.
Op de eerste verdieping lagen de kinderkamers telkens met aanpalende waskamer , de ontbijtkamer voor de kinderen en een kamer met brandkoffer.
De kamers van de bedienden bevonden zich op de tweede verdieping.
 
In 1937 koopt Pieter Smidt van Gelder de woning  met de bedoeling er zich te vestigen en er zijn collectie in onder te brengen.
Smidt van Gelder geeft architect De Winter de opdracht te starten met de herinrichting van het gebouw. Het gelijkvloers en tweede verdieping werden voorbestemd tot privé gebruik van de verzamelaar. De tussen liggende verdiepingen werden bestemd voor de inrichting van het privé museum.
Op de tweede verdieping werden alle koepels voor het onrechtstreeks licht dicht gemaakt om zo bijkomend vloeroppervlak te bekomen. Zo werd deze verdieping ingedeeld met een groot salon en een reeks kleinere vertrekken zoals bibliotheek, een bureau , een zilverkamer ,een slaapkamer en badkamer. Het gelijksvloer werd omgebouwd tot conciërgewoonst.
De grote zaal aan de tuinzijde werd tot ontvangstruimte ingericht.
De tussenverdiepingen ingericht als privé museum ontwierp architect De Winter een sobere en elegante eenheidsinrichting. De lambriseringen werden vereenvoudigd en grijs geschilderd. Alle wanden kregen een bekleding met goudbruin fluweel. De plafonds werden van moulures ontdaan en sober wit geschilderd. Een brede sierlijst met onrechtstreeks licht werd aangebracht. Alle tussendeuren werden verwijderd  zodat een grote ruimte ontstond.

 

De Tuin


 
Oorspronkelijk was de tuin van Hotel Thijs veel groter dan de huidige museum tuin.
De oorspronkelijke aanleg was een romantische tuin met grote gazons en slingerende padjes tussen hoge bomen en heester partijen en bloemenperken.
Smidt van Gelder gaf tuinarchitect Georges Wachtelaer  de opdracht de tuin her aan te leggen.
Het werd een sterk architecturale tuin met een eenvoudige, lineaire aanleg. De tuin werd gekenmerkt door rechte paden en borders met groen blijvende in vormen gesnoeide heesters. Ze omzomen de terassen en grasvelden. Tussen de vlakke elementen zitten niveauverschillen gevormd door trappen en keermuurtjes. Twee pergola’s en zes fonteinen sieren de tuin .
De museuminrichting en de tuin van Wachtelaer  vormen samen een prachtig samenspel interbellum architectuur dat zich prachtig handhaaft in het Belle Epoque gebouw.
 
 
In het vooruitzicht van de heropening van het museum is de tuin  hersteld naar de plannen van tuinarchitect Georges Wachtelaer.
 
Bewerking naar Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen